vuur

Vuur… in dit land van water, klei en wind. Nuchterheid, polderen en dikke dijken. Een traag stromend landschap en hier en daar wat gezellig klotsende feestjes. Met moddergooien als volkssport. Vooral op vuurtjes. Verzuchtend onder alle omstandigheden dat het nog slechter kan, maar vuur is gevaarlijk. Als een virus kan het zich verspreiden. Als haarden uit een veenbrand. Vuur is de extremist met explosieven uit de oververhitte woestenijen die in elke daarvandaanlander wel moet smeulen.

Het dorp waar ik opgroeide heeft altijd als een ‘nieuw normaal’ gevoeld waar ik maar niet aan kon wennen. Altijd de afstand en bij elk vuur wat ik toonde werd mijn smoel weer even in de modder geduwd. De boeren waren eens ‘Turftrappers’. Zwoegend in het laagveen werd de grond afgestoken in staven, weggevaren en gedroogd, goedkope brandstof voor de kachels. In tijden dat je blij mocht zijn als je een aardappel had om te eten en de westerse eigenaren in staat waren het land als een dictatuur te bestieren. Maar dan, na de crisisjaren, communisme, de oorlog, de wederopbouw en de terugkeer naar de eigenheid van Friese trots kwamen wij daar wonen. De eersten weer als niet Friezen, uit Amsterdam nog wel. Ach, het verhaal laat zich vertellen als in een moderne roman over een ongewenste vreemdeling. Uitgestoten, gepest en vernederd, de taal moeten leren, in moeten passen in de gewoontes daar. Volkomen ander gevoel voor humor. De roddel en achterklap met de allesziende ogen achter de vitrages.
Boosheid, onmacht, verdriet. Niet in staat op te groeien in eigenheid en alle aandacht gaat naar overleven.
De groei die plaats vond in het dorp, na ons kwamen meer als wat steeds meer een welkome aanvulling werd. Ik herinner me de invloed van mijn vader, die betrokken was vanuit zijn passie. Voor natuur en samenleving. Meehelpen in het dorp, uitspreken en bewegen. Juist vanuit een bevlogen en andere manier van kijken. En de humor werd wederzijds verrijkt. Hoe mijn moeder in een dorp verderop werkte bij het Friese Rundvee Stamboek van ieders trots, waar ze de als spin in het web alle boeren in de regio kende via de telefoontjes over de pasgeboren kalveren. Die regelmatig haar naam kregen met de gebruikelijke oplopende getallen.

Mijn vurige vader was thuis als een vulkaan die overprikkeld rookte tot ie weer uitbarstte. Hard, in stem, bottigheid, handen. Slapend achter krant en soms blije deuntjes uit zijn mondharmonica toverend. Moeder de brandweer die het slinkend Eden in leven trachtte te houden in een voortdurend oppassen geblazen en brandwonden toedekken. Zo bang voor hem en zijn agressie en opgesloten met de kinderen, opgesloten in zichzelf, geen ruimte voor emotie, geen ruimte voor meer kwetsbaarheid… Liefde die zo diep zat dat elke aanraking te ver ging en koestering als ongemakkelijk werd ervaren. Goed is nu goed je best doen om later gelukkig te worden. Dus niet spelen met vuur.

Lang bleef ik bang voor het vuur en lang daarna bleef ik last houden van de glaswoldeken. Tot ik haar moest laten gaan.Tot alles in de hens ging en het vuur de belangrijkste kracht bleek van eens de hel van aard en geloof. Besefte hoe ik altijd ontkend heb wat ik echt volgde. Het vuur, of de vurige belofte meestal. Ik durfde pas te vlammen bij een groter vuur. Maakte me altijd afhankelijk van dat andere vuur, want nooit had ik houvast in mijn eigen vuur gevonden, er was geen basis gelegd voor vertrouwen. Vuur is onbeheersbaar, maakt alles kapot.
Niet waar, ik ben puur vuur. Boogschutter, Chinese Draak, creatie is licht uit vuurkracht, het maakt wie we zijn. 3 is mijn getal van geluk.

Ik weet het nog niet zo goed, hoe dat branden gaat na de jaren van dolend loskomen om mezelf weer te kunnen voelen. Voel me een kind dat net heeft leren lopen. Hoor om me heen de vele stemmen, die waarschuwen voor vuur. Zie in het nieuws hoe mijn leven zich in het groot voort zet. Wijken in de grote steden vol ‘nieuwkomers’. Gesprekken vol moraal over wat vrijheid is en hoe de nieuwkomer zich in deze taal en op deze wijze en met deze humor moet uitdrukken in deze cultuur, als Friese trots en zelfwelverdiend door zwartbont te domesticeren tot supermelkfabrieken als leve onze liefde voor de natuur.
Hoe ingewikkeld het is je eigen wortels te blijven voelen als die niet in deze aarde mogen staan. De wortels die je zelf niet eens goed kent. Hoe moeilijk het is om je vuur te moeten dempen, omdat men hier niet geleerd heeft met vuur om te gaan.

Wat ik wel weet is dat dit land van natte cake heerlijke potentie heeft. Want toen die zompige veengrond een maal droog was, fikte die turf toch vol diepe hitte. En nu we in deze 2de golf zitten – jaja, lekker nat op zn hollands – droogt iedereen toch behoorlijk op in kelen en tussen benen door. Krijgen we meer zicht op de droge werkelijkheid, we zijn in de basis een brandbaar volkje. We weten alleen niet hoe, we weten alleen van pappen en nathouden.

Vertrouw me, ik weet van fik, ik weet van beheersing en preventie, van opgebrand en uitgeblust. We hebben gewoon meer deskundigen nodig. Geen heldense vuurvreters, maar vuurdansers. Geef wortels van vuur ruimte, we zijn er dringend aan toe, hoe kunnen we er anders ooit mee om leren gaan. Hoe kunnen we anders ruimte geven aan onszelf, als we ons niet leren herkennen in die diepe warmte, die vertrouwen brengt.
Ja, nu. Nu iedereen het vuur weer in zich voelt. Nu het tijd is om weer te gaan openen.
Naar een eindelijk normaal, lekker, in je element kunnen zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s