toch nog kadootjes

Wat is Rutte geweldig gespot! Onze profeet met onze halve maan, net andersom. Met de coronahamer. Volgende week onze god van de oranje zon met rossende leeuwenbaard en rode ezelsmuts, met een zwartgepekte Baudet ernaast. En als alternatieve kerst wordt de grote kerk de gRutte kerk, in een kerk mag je doen wat je wilt dus handen wassen in onschuld tot we stuk gaan van het huilen van het lachen. De oudjaarspecial over de draaibijbel van Grappenhuis, de opgestane voorganger in hoe we met Neerlands waarden om moeten gaan.
Ben gek op dit nieuwe normaal, bij voorbaat bedankt krant!

Ook nog plaats voor een fotospecial in het Magazine over het achterste kamertje in de kerk waar Rutte zijn maatschappelijk werk kan doseren (sorry voorspelling, geen diploma) in gedrag wat onbesproken blijft? Een profetendebat? Een deepfakesearch: is Sigrid Kaag eigenlijk de onbevlekte Maria? Een lezerspanel: sjesus, moet dat? Een kerststal voor schulddraagmoeders met gebreide dieren van hennepvezels, en mag die omgeklapte ezelsmuts dan ook weer komen zwaaien?

tokkie met gouden eieren

Het overlijden van Maradonna valt samen met het sterven van Baudet. De statenverkiezingen waren – zo blijkt steeds duidelijker – ook een doelpunt met de hand. Verschil is alleen dat Maradonna echt goed kon voetballen en Baudet toch niet verder komt dan zijn hand(s) te overspelen. Vol verwachting kijk ik naar de toekomstige verhelderingen als ik dan even aan het koningspaar denk. Maxima liet meteen in het begin al weten hoe het zat: hij was een beetje dom. Eens zullen we accepteren dat er achter de zwaaiende hand van Alexander verder niets zit dan een lelijke ondergrond. Net als de rest van onze Hollandse helden die met een klein onderschrift in een achterafzaaltje van een museum terecht komen. Veel poeha maar van binnen een diep triest gebeuren. Precies waar onze zelftrots en welvaart uit bestaat. Precies wat de toeslagenaffaire al duidelijk maakt. Dát wordt pas een echte crisis, als we onvermijdelijk onder de zee van spiegelingen verdwijnen. En tot dan zullen we dapper de vinger in de dijk houden en vol verontwaardiging de ware armoe en kunstmatigheid van ons leven ontkennen.
Want nog steeds brullen we als leeuwen over hoe goed wij zijn en hoe goed wij het doen, als zelfoverschreeuwend gelijk, alsof we mama Afrika zelf zijn, in ons land is de kern van het ware menselijke leven ontstaan en meest basaal aanwezig. En nog steeds gaan we door op dezelfde weg van de ontkenning, we gaan niet minderen, we gaan alleen goed kijken of we het niet milieuneutraler kunnen en trekken nog steeds de aarde leeg om aan onze behoefte van ons marktsysteem te kunnen beantwoorden. Nog steeds is een groeiende economie de drijvende kracht om het goed te hebben en te houden, zonder te willen kijken naar het simpele feit dat alleen een groeiende productie leidt tot een groeiende economie. We kopen ons suf, sussen ons duf. We kunnen het betalen, dus doen we het. En pas dan komt de milieuvraag, dat nieuwe spul moet wel zo groen mogelijk zijn. We accepteren dat we steeds meer energie nodig hebben en kijken naar oplossingen in de uitvoer. Nog steeds groeit onze standaardbehoefte en vinden we dat welverdiend en geheel vanzelfsprekend. Kijk maar naar apparaatgebruik. Maar ook naar al die andere gemaksdingen die we aanschaffen en een tijdje later toch echt nodig hebben. Nog steeds moeten we wel naar cultuur toe kunnen, wat in de praktijk vooral massavermaak betreft. Missen we onze voetbalwedstrijden, de zoveelste musical met giga decors en verlichting, smachten we naar racewedstrijden, vuurwerk, skivakanties, horeca, noem maar op. We moeten wel vermaak hebben, dat is onze cultuur. Hoezo zit geluk in deze onzinnigheden? Waarom maakt geld gelukkig? Is het omdat we eigenlijk diep triest zijn over onze innerlijke armoede, dat we de grote show nodig hebben om blij te worden?
Gisteren hoorde ik dat wintercamperen steeds populairder wordt, waarschijnlijk omdat andere landen dicht zijn. Koud zeker? Nee hoor, we hebben vloerverwarming in de camper, maar wat is de natuur toch mooi, die moeten we koesteren…
Hollandse Helden zijn het.

hulde

Het loopt al tegen vieren, ik slinger door de jungle aan de staart van de jaarringslang. Omhuld met een feestelijk tegensputterjas en een tegenslaghoedje blijf ik kleurig buiten bereik van het natte pak, meer kan ik me niet aantrekken, meer is ongepast of desgewenst. Misschien moet ik het kaarsje maar vast uitblazen, dan is dat ook weer klaar. Kan ik weer verder nergens heen. De dag voorspelling is somber met overwegend druil, de weg is leeg en stil.
56, nog niet eerder zo’n nietszeggende leef tijd bereikt. Achter is weg, voor is leeg. Alleen de vogels vliegen, al mocht ik mijn snavel houden. Maar…, ik heb een droomhuis, met in die dromen een wonderlijk sociaal leven en kan ik verwilderd rijden op een nacht merrie, de maan dagen tegemoet, al heb ik alles al gezien. Ik ga rond zodat ik geen eindjes hoef te knopen. Heb een duidelijke diagnose, behandeling gewenst, slaagkans nihil, waardoor ik alle ruimte heb mijn eigen leegte maar te blijven vullen met sobere verlichting en geblablaat. Helemaal vrij om zelf de uitgang te vinden in de eigenrichting die ik van geliefden kado kreeg.
Jah, dat is best bijzonder, weer wat uitzonderlings mee te maken, een felicitatie waard, dat is wat het levenrijk maakt. En morgen is er natuurlijk weer een dag vol kansen. Het houdt niet op, het loopt niet over, er is geen ten onder meer. Dat heb ik toch al vast bereikt.
Maar eerst vandaag nog. Ik ga maar toeter worden, dat lijkt me wel een vrolijke nootzaak voor nu.

zin

vragen
of niet
bevinden
een lied
gaan
verdriet
ik weet
het niet
wat zin geeft
56 jaar -2d
alsof er voor mij nog
iets toe komstig is

het voelt
raar
klaar
maar…
een dood punt
bestaat niet
ik ben er
toch
door
wat maakt het
uit
toe
vertel me
wat zit er
achter

gesloten bestaat niet
er is geen heen
geen weg terug
doe
alsof
het zin heeft
hoe
je leeft
het leven geeft
alleen om voort
bestaan
geen soort
doet daar aan
doet er toe
er is geen
ontstijgen
slechts hijgen
tot het stopt voor jou
en verder
gaat het wel
zo zonder zin

vlalala

De kerk gaat er van uit dat de mens niet zo slim is als hij denkt te zijn. De mens heeft uitleg, richting en structurering nodig. De land- en kasteelheren en zelfbenoemde adel wisten het ook al lang, het gepeupel moet beheerst worden, anders komt het niet goed. Wie weet, waren de leiders van ooit inderdaad slimmer dan de rest, had het volk ze nodig om te kunnen overleven. Tot het volk merkte dat deze mensvisie niet langer redelijk was, de overleving stond onder grote druk. Revolutie! Maar als vanzelf kwamen er toch nieuwe aanstuurders, het volk gaf zich over aan industriëlen die tevens bestuurder werden. In toenemende mate werd er gejuicht over de industriële revolutie die ons allen welvaart zou brengen. Crisis en oorlogen maakten tussendoor toch weer duidelijk dat het nog niet helemaal goed in elkaar zat. Het individu wilde een eigen plek, met happy-hip gevolgd door blije-bib (baas in buik). Vrijheid en Democratie, met ruimte voor de stem van de Arbeiders werd in een ondoordringbare regelgeving opgetuigd als een kerstboom waardoor het volk dacht eindelijk eigen keuzes te kunnen maken, al was de stam niet langer zichtbaar. De enigen die nog dom waren, waren de boeren, die dat beeld bevestigden door de kerkelijke partij nog steeds als voorganger van de juiste weg te zien. Nu blijkt dat het boerenverstand meer inhoud heeft dan we dachten. De vlacultuur die we ontwikkeld hebben is besuikerd, aldus mijn vrije vertaling van een artikel in de Volkskrant.
Mooi hoe het land zich ontwikkelt onder onze gewenste leiders. Prachtig om te zien hoe de multinational partij onzichtbaar de wereld organiseert. De grote invloedlobby’s van grootkapitale bedrijven blijft als een ijsjesberg buiten beschouwing. De VVD ruikt kans om met arbeidersinstemming de regie weer over te gaan nemen. Sterker nog, ze krijgen een socialistisch stempel waardoor we meer dan genoeg het idee hebben dat we het zelf hebben bedacht.
Dat we niet zo slim zijn als we denken wordt tot mijn grote opluchting steeds meer erkend. Fijn dus dat de krant namens ons de grootste supermarkt dringend adviseert onze keuze in voorgekauwde maaltijden een ander gezicht te geven, neem de verantwoordelijkheid waar wij in verdwalen. We zijn nu eenmaal niet in staat zelf verstandige keuzes te maken. Gelukkig waren we nog wel zo slim de kerk in de grondwet te houden, er is nog hoop!

leef stijl, zonder druks

hoor i-zon, want we moeten bewegen, uit brei ding, tikkende pennen
dat puntje, dat paaltje bij elkaar brengen
door en door familie doorzin
de platte
door kijk
over, tuiging
onder en boven is niet van ons
geen wormen, geen vogels
zijn wij de missing link
de kenners van waar
de winkel van ken ‘s, zelf gebouwd met stip
waar licht weten, in dat schap daar
onder weg ben ik
licht vaardig
sloeg ik
af!
viel, stijl
achter over
op nieuw brak
de verbinding
gaf het, op
graaf blauwe bloed plekken
kuil is een berg
gras onder plastic
meui hoor! koeie voer
groen is vert
i kaal zonder een punt
te maken
snap niet?
geeft niet, komt
s goed
ik was
bliksem
af leider
had geen donder
dag, of kom je
neh, ik blijf
liggen
beter
zo

vuur

Vuur… in dit land van water, klei en wind. Nuchterheid, polderen en dikke dijken. Een traag stromend landschap en hier en daar wat gezellig klotsende feestjes. Met moddergooien als volkssport. Vooral op vuurtjes. Verzuchtend onder alle omstandigheden dat het nog slechter kan, maar vuur is gevaarlijk. Als een virus kan het zich verspreiden. Als haarden uit een veenbrand. Vuur is de extremist met explosieven uit de oververhitte woestenijen die in elke daarvandaanlander wel moet smeulen.

Het dorp waar ik opgroeide heeft altijd als een ‘nieuw normaal’ gevoeld waar ik maar niet aan kon wennen. Altijd de afstand en bij elk vuur wat ik toonde werd mijn smoel weer even in de modder geduwd. De boeren waren eens ‘Turftrappers’. Zwoegend in het laagveen werd de grond afgestoken in staven, weggevaren en gedroogd, goedkope brandstof voor de kachels. In tijden dat je blij mocht zijn als je een aardappel had om te eten en de westerse eigenaren in staat waren het land als een dictatuur te bestieren. Maar dan, na de crisisjaren, communisme, de oorlog, de wederopbouw en de terugkeer naar de eigenheid van Friese trots kwamen wij daar wonen. De eersten weer als niet Friezen, uit Amsterdam nog wel. Ach, het verhaal laat zich vertellen als in een moderne roman over een ongewenste vreemdeling. Uitgestoten, gepest en vernederd, de taal moeten leren, in moeten passen in de gewoontes daar. Volkomen ander gevoel voor humor. De roddel en achterklap met de allesziende ogen achter de vitrages.
Boosheid, onmacht, verdriet. Niet in staat op te groeien in eigenheid en alle aandacht gaat naar overleven.
De groei die plaats vond in het dorp, na ons kwamen meer als wat steeds meer een welkome aanvulling werd. Ik herinner me de invloed van mijn vader, die betrokken was vanuit zijn passie. Voor natuur en samenleving. Meehelpen in het dorp, uitspreken en bewegen. Juist vanuit een bevlogen en andere manier van kijken. En de humor werd wederzijds verrijkt. Hoe mijn moeder in een dorp verderop werkte bij het Friese Rundvee Stamboek van ieders trots, waar ze de als spin in het web alle boeren in de regio kende via de telefoontjes over de pasgeboren kalveren. Die regelmatig haar naam kregen met de gebruikelijke oplopende getallen.

Mijn vurige vader was thuis als een vulkaan die overprikkeld rookte tot ie weer uitbarstte. Hard, in stem, bottigheid, handen. Slapend achter krant en soms blije deuntjes uit zijn mondharmonica toverend. Moeder de brandweer die het slinkend Eden in leven trachtte te houden in een voortdurend oppassen geblazen en brandwonden toedekken. Zo bang voor hem en zijn agressie en opgesloten met de kinderen, opgesloten in zichzelf, geen ruimte voor emotie, geen ruimte voor meer kwetsbaarheid… Liefde die zo diep zat dat elke aanraking te ver ging en koestering als ongemakkelijk werd ervaren. Goed is nu goed je best doen om later gelukkig te worden. Dus niet spelen met vuur.

Lang bleef ik bang voor het vuur en lang daarna bleef ik last houden van de glaswoldeken. Tot ik haar moest laten gaan.Tot alles in de hens ging en het vuur de belangrijkste kracht bleek van eens de hel van aard en geloof. Besefte hoe ik altijd ontkend heb wat ik echt volgde. Het vuur, of de vurige belofte meestal. Ik durfde pas te vlammen bij een groter vuur. Maakte me altijd afhankelijk van dat andere vuur, want nooit had ik houvast in mijn eigen vuur gevonden, er was geen basis gelegd voor vertrouwen. Vuur is onbeheersbaar, maakt alles kapot.
Niet waar, ik ben puur vuur. Boogschutter, Chinese Draak, creatie is licht uit vuurkracht, het maakt wie we zijn. 3 is mijn getal van geluk.

Ik weet het nog niet zo goed, hoe dat branden gaat na de jaren van dolend loskomen om mezelf weer te kunnen voelen. Voel me een kind dat net heeft leren lopen. Hoor om me heen de vele stemmen, die waarschuwen voor vuur. Zie in het nieuws hoe mijn leven zich in het groot voort zet. Wijken in de grote steden vol ‘nieuwkomers’. Gesprekken vol moraal over wat vrijheid is en hoe de nieuwkomer zich in deze taal en op deze wijze en met deze humor moet uitdrukken in deze cultuur, als Friese trots en zelfwelverdiend door zwartbont te domesticeren tot supermelkfabrieken als leve onze liefde voor de natuur.
Hoe ingewikkeld het is je eigen wortels te blijven voelen als die niet in deze aarde mogen staan. De wortels die je zelf niet eens goed kent. Hoe moeilijk het is om je vuur te moeten dempen, omdat men hier niet geleerd heeft met vuur om te gaan.

Wat ik wel weet is dat dit land van natte cake heerlijke potentie heeft. Want toen die zompige veengrond een maal droog was, fikte die turf toch vol diepe hitte. En nu we in deze 2de golf zitten – jaja, lekker nat op zn hollands – droogt iedereen toch behoorlijk op in kelen en tussen benen door. Krijgen we meer zicht op de droge werkelijkheid, we zijn in de basis een brandbaar volkje. We weten alleen niet hoe, we weten alleen van pappen en nathouden.

Vertrouw me, ik weet van fik, ik weet van beheersing en preventie, van opgebrand en uitgeblust. We hebben gewoon meer deskundigen nodig. Geen heldense vuurvreters, maar vuurdansers. Geef wortels van vuur ruimte, we zijn er dringend aan toe, hoe kunnen we er anders ooit mee om leren gaan. Hoe kunnen we anders ruimte geven aan onszelf, als we ons niet leren herkennen in die diepe warmte, die vertrouwen brengt.
Ja, nu. Nu iedereen het vuur weer in zich voelt. Nu het tijd is om weer te gaan openen.
Naar een eindelijk normaal, lekker, in je element kunnen zijn.

heidense fick als natuurverbeteraar

de schapen deden hun ding in een kudde van rust
de zoon en ook herder naderde de mannen
op hun gemak zittend bij een vuur
de mede ging rond als vrouwen in ver halen
de zoon en ook herder schoof niet aan
toonde geen verbazing, afkeur of behoefte
hij zei slechts
het gaat om de kunst, dat is het leven
hij ging, de woestijn in
de mannen wisten, voelden
hij weet het, wat een wijs
waren
vol bewondering over hem die de eigen weg ging
waar zij praten over geweest of verlangen
maar dat was zijn weg, niet de hunne
dolend in de woestijn, dat was niet hun pad
maar wat
de oudste stopte zijn handen in zijn baard
vond het antwoord
jah, de kunst
van het gemak
dat klinkt wel goed
genoeg voor ons
en ze maakten
nog wat mede open
proostend op de zoon en ook herder
die vast wel dorst had daar
daar geloofden ze heilig in
en ze ontwaarden ineens
de warmte in hen zelf
daar bij het vuur met de mede verbeeldingen
het mede dogen met de zoon en ook herder
het was een wonder
dat zij dit zich zo beseften
de jongste vroeg al
vertel nog
van de zoon die ook herder was
en de mannen zongen
vol liefde voor die vreemde heer, zoon van en ook herder
die ze kenden
hen geleerd had de warmte die ze hadden nooit meer te hoeven verlaten
als belofte van hem die ooit terug zou komen naar waar het goed is
het werd een best ever verhaal, voor eeuwig vurig nagecopieerd en social gedeeld
met fick you als blije alletaalse aanmoediging in het dagelijks bestaan

wat doe je..

hoor je het ook..
die zachte roep
zo stil, krachtig, wetend
de luister die een glimlach geeft
als de ruis in je hoofd is verdwenen
als bovenal onder al wat je vindt
dat er tussendoor er even niet toe doet
alles klopt, ook al begrijp je het niet
voel je het ook

die ruimte die zoveel verder gaat
dan elke betekenis die je er zelf aan kan geven
met kleur of klank, met woord of weging
voor verwachting vorm krijgt
daar, op het randje
van bewust wording
we elkaar voor het eerst zagen
vanaf de ander kant
met het niets van alles tussen ons in
als de zwaartekracht tussen de polen
die alles verbind tot eindeloos draaiende cirkel

kom je ook
terug
of ervaar je druk van oppervlak te
waar de tijd de maat maakt
van het nooit genoeg en altijd verder
waar we onszelf zoeken in herkenning
van tastbaar heden en houvaste zinnen
kom je in het leven, of blijf je overleven
kom je zwevend naar binnen
kan je je losmaken van dat
nodig hebben
in horen
kan je je overgeven
aan vertrouwen
buiten je zelf hier op aard
dieper dan welke creatie dan ook
durf je dat nog
of is het iets van later

wat doe je.. als basis, waaruit elke kleur kan ontstaan

WinTang

De westerse filosofie gelooft in winnaars, maakt daarmee verliezers. Wit en Zwart zijn geen aanvullende krachten als bij dat YinYang, maar goed en kwaad. Vriend en vijand.

En hoe wel opgeleid we dan ook omgaan met verliezers door ze te helpen ook winnaars te worden (mits het niet tot te veel verlies leidt in de breedste zin van het woord), mededogen te tonen of die zwakke broeders tot zo ver mogelijk te gedogen: zo lang we in engelen en duivels blijven geloven, roepen we onze eigen polarisatie op. Creëren we onze eigen strijd in toenemende tegenkrachten, als self-fulfilling armageddon. Niet alleen in de kerkelijken, overal beperkelijken die uit hun spiritus de waarheid drinken, voedend of zuigend, woke of sleapy, oud of jong. waarheid of waanzin. Zien we het steeds meer, onder de slijtende deken van Neerlands welzijn die alles daar onder ontkent, want waar moeten de handen ook al weer? Juist. Op de mantel der liefde, waarmee we ons eigen verlies van zelf niet hoeven aan te zien. Wij zijn de beste!
Weet je hoeveel mensen in Nederland anti-depressiva slikken?

FollowSophie, het kan anders