zo dichtbij als je het toe laat

Is China dichterbij dan bijvoorbeeld Amersfoort?
“Als de wind van verandering blaast, bouwen sommige mensen muren en anderen windmolens.” Aldus een Chinese wijsheid, oppoppend als een oude man in een droom. Waarom niet, hij komt regelmatig langs, goed om wat zicht te krijgen.
Persoonlijk laat ik het liever waaien, heerlijk met de armen wijd, lekker met af en toe een brul in de bries als spontane blije verwelkoming. Gewoon tot je laten komen, uit je laten stromen, als kracht die ongericht niet benut of tegengehouden moet worden. Zijn het juist de inspanningen die weerstand aanbrengen, daarmee de natuurlijke flow en groei vanuit bedenkingen inkadert. Er is niets meer nodig, als je laat zijn wat er is. Als eindelijk gevonden rust. Wees de verandering die je voelt, ontwijk het niet door te richten op wat moet, herhaal de geschiedenis niet door jezelf te herhalen. Er is geen vasthouden, aan dat wat tot je komt, je hoeft het alleen maar te verwelkomen. Als natuurlijke heling. Niets meer nodig, dan het volgen van de beweging die van zelf de juiste kant op wijst. Eenvoud in vertrouwen, dat het goed was en goed zal komen. Als ongericht gezicht, zonder ingeprente angst dat je niet met winden mee mag waaien~
Dus tsja, Amersfoort is soms verder dan China, net hoe de wind waait, net wat je wilt geloven. Behalve als het er niet toe doet, als het niet om je plaats gaat, maar om de werveling daar ver voorbij. Als wijs van heden.

turel uur

de avond zegt me weinig
als de nagalm van nog minder
liever ga ik slapen met de zon
steeds vroeger
word ik wakker
het is niet de nacht waarin ik doorleef
het moment
voordat het leven begint
steeds stil, in dat wat onbelicht toch alles zegt
steeds langer
leef ik op in mogelijkheden

dan wijkt in uren het duister voor de mist
en nog niks gemist krijgen silhouetten kleur
het mooiste deel voordat
de dag zichzelf weer invult
vol drukte gaat het nergens heen
behalve naar hervinden van nieuwe vroegte
waar alleen het hart klopt
en de buik al heerlijk bromt
in alles zeggend genoegen
beleef ik de ongereptheid van de dag

en als de kale berk weer glanst in zon
al druk bezocht door duiven
spreeuwen, kraaien, aalscholvers
een roodborst, mus en koolmees op het balkon
en de mens zich weer vol zin volheid laat beschijnen
alles verder slopend
omdat het hen zo lief is
de dag zo eigen te maken

als er een soort zinloos lijkt
dan is het toch wel de mens
zijn wens
het eindeloze zo te beleven
hij zeg t, ver maak t
het leven duurt maar even
laten wij al tot ons nemen
als zelfbenoemde godenzonen
vol van recht door
van zelf sprekendheid

liever zonde ik
zonder tint van schaduwkanten
van dat wat zich buiten
de eigen natuur heeft geplaatst

weer door wind

waai maar, blauwe wind
raak maar, het vergeten kind
duw maar, de snoet omhoog
de mondhoeken, in krullende boog
bries maar door kalende kruinen
blaas maar, dansend zand over de duinen
maak maar, alles los in dwarrelend vertier
kom maar, kom maar hier
de deuren open de ritsen los
hand in hand, door het paddenstoelenbos
een wilde kus en opwaaiende jurken
de bruis de lach, ploppende verdroogde kurken

de jubel van de blauwe wind
die elke beweging hoe dan ook geweldig vindt,
lachend met eikels op blotebillengezichten gooit
of een bal dadige kastanje, op die tiet van ooit
en ik dacht, het zal me wat, het is nu of nooit
ik schrijf een Sintrijm die de verzondigde plooien ontdooit
maar de blauwe wind lachte me om
vond dat krampement rijmen maar krom
maar ja, de wind, die kent zijn blauwtje
morgen stuurt ie weer een koutje naar dit oudje
maar nu nog niet
kom maar hier, met die blauwgeworden biet
zuig ik wel een puntje aan deze spruit
blaast m’n olifant het verhaaltje zelf wel uit

angst

angst

nooit ben ik bang geweest een keus te maken
of de keuze uit te stellen als ik de ruimte voelde
nooit ben ik bang geweest verder te gaan
of te blijven bij wat ik geloofde
nooit meer ben ik bang voor fysieke kwetsuren of ziekte
of om mijn voorzichtigheid te volgen
nooit ben ik bang geweest voor vertrouwen
of te geloven in mijn eigen bedenkingen naar iemand
nooit ben ik bang geweest voor over tuigingen
of tegen strijdig heden

spinnen, seks, onder het bed, rare ideeën, gordijntjes
nooit ben ik echt bang, om mijn angsten aan te kijken
of te erkennen dat ik steken blind ben
nooit meer ben ik bang voor het duister
of de waarde te zien van wat ik vind in wellicht
nooit ben ik bang geweest voor juist
off road de eigen weg daarheen te gaan
ik ben alleen, maar bang
voor alles wat beperkend is
wat tegenhoudt
de angst voor angst, de onvoorziening die moet ingevuld

want ik weet hoeveel ik tegenhield
of in wilde halen
ondersmeerde
daarmee al de liefde die er was behoedde
om te zijn, om te laten, om te creëren, om te stralen
ik ben niet meer bang voor mijn tekorten
of onvolkomen heden, de overvloed
ik ben niet meer bang voor mijn schaamte
of schuld, mijn passie, mijn gevoeligheid
ik ben niet meer bang voor mijn vuur

alleen nog bang voor blusmiddelen, afschuw vervult me
verstikkende dekens, branddeuren, signaleringshulpmiddelen
de hele rataplan die vlot de beweging tot stilstand brengt
al te veel van dat goed bedoeld, voor wat, hoort dat
ik ben niet meer bang (de?) liefde te verliezen
ik ben alleen wel bang dat sommige deuren niet meer open gaan
de beperking niet meer op te heffen valt, verloren ruimte

maar toch ook daar is een opening, want ik laat
maar komen , maar zijn
zoals het leven brengt en ik mijn leven volg
met liever een vuurtje van binnen
dan buiten uitgeblust of uitgebuit ver schijnen
daar waar de angst uit de hebzet de muziek in de oren bepaalt
als afdwingend advies, als over kapping
en ik mijn eigen liedjes liever zing
zonder angst voor de juiste maat
heerlijk onbeperkt in al tijd
maar wel nu, ik ver wacht niet meer en het vuur gaat toch
waar het kan zijn, het is
niets om bang voor te zijn

12:21 (uit de bubbels)

zullen we dan afspreken
dat we ruimte maken
voor elk be leven

als groots goed
van elk spiegelend moment
als hoe dan ook, blij

omdat het is
zoals het is
zoals het toe valt

het aan ons is
om af te kunnen spreken
het toe te laten, als opening

zonder laat
te komen, waar
elk moment passend is

trekt je het aan
stoot je dat af
geloof je niet, in deze tijdgeest?

mogen zijn

pogen
mogelijk heden
onvermogen
verder
nooit genoeg
altijd teveel
een onbalans in leven
te aangepast, te eigenzinnig
als enig blijvend
gegeven

af wijzing
creatie blijft in onuitputbare kracht
einde loos
leuk joh, heb het goed
je zin te vinden
later wel licht
pasje in een hokje
wacht maar, daar
buiten het be grip
hier is niks voor jou
ik laat je
zijn zoals je bent
mooi van mij
en wat jij dan vindt mag je voor je zelf houden
tenzij ik hetzelfde vind
dan is het van mij en mag jij bij mij horen

verkrampt
verdampt
onder gestroomd
overspoeld
ongepast
opgepast
onbetrouwbaar
mag je niet zijn
want dat is niet echt
zo ben je niet, dus
wanneer ga je nu eindelijk
er bij komen
wanneer ben je nu jezelf
je durft niet
zeker

als van zelf ging ik
als Lot die zichzelf maar verzoutte maar niet verstijfde

op vrije voeten

vrijheid
is makkelijk lullen
op te eisen
te voelen in rechtvaardigheid
behaald als we uitgeschreeuwd zijn
over recht en krom
en de stem stil

alsof vrijheid bepaalt
dat monden gekapt mogen worden
weggezet zodat er over gepraat kan worden
voor mij is vrijheid
de vrijheid die je geven kan
en elke mening een moment van luisteren
ook naar jezelf
vrijheid is een gift
en elke belemmering een spiegel van je angstige zelf

welde drang tot beperking zie je, in jeZelfx?

zonderstreept

ik verlang naar je
eigen unieke schoonheid
jij
voorbij de gewilde contouren
als eigen verschijning
wel sprekend vanuit ongehoord
ongedempt in bloei
onverstoord
omdat het is
als de eindeloosheid van creatie
als meest wezenlijk in dit bestaan
als onvergelijkbare pracht en kracht
verbeelding als voorbeeld
als golf van ver ander ring
ongemaakte inspiratie van het zuiverste water
jah, je bent
ongeëvenaard
verlang ik naar het onbegrensde
paradijs van vrije aard

in kering

pandemie, lockdown, crisis
slachtoffers, schuldenaren, eisen
help en help me helpen
regel, beperk, verplicht
verlicht mijn angst
bevrijd mijn beleving
we hameren er flink op

ik trek me terug
de herrie van het geklop
het zoeken naar meer spijkers
in het stijgende water
waar ik de bodem van het nivo zie dalen
doorgraven, want anders wordt de oplossing niet gevonden
ik zie de herfst

de blaadjes die zich laten vallen
de stille groeikracht, de cyclus
het onomkeerbare wat zich niet plat laat slaan
de wonderlijke schoonheid van een virus
als aandringen om tot inkeer te komen
terug naar de stilte als basis
van gezonde groei

ik ben daAr

ik ben een waterdrager, onverstoorbaar
draag ik water naar de zee
ze zeggen, het is zinloos, maar nee
mijn hobby is luchtfietser
rijd tot de vonken er af vliegen
en de bergen roepen dan weer goden aan
gletsie, alweer sneeuw op mn ketsie
dus draag ik hun water naar de zee

de enige vraag die zinvol is
is hoe het gaat, niet waarheen
want bergen en zee zijn gewoon
waar~ ze zijn, net als ik