uit de duim

Minimaal 20 jaar geleden, ik weet het niet eens meer precies, kan zo 10 jaar meer zijn, stak ik een bamboestokje in de grond om een plant te ondersteunen. Het stokje brak onder de druk, mijn hand schoot naar beneden en een splinter drong zich in mijn duim. Het wondje herstelde, al kreeg ik de splinter er niet uit. In plaats van een ontsteking die de splinter eruit zou duwen vormde zich een hoesje van littekenweefsel. Het minieme splintertje was plots een forse onderhuidse rijstkorrel geworden. Niet pijnlijk, wel onprettig, want het zat vlak voor het gewricht en bij het buigen trok de huid. Prima, toch maar even naar de huisarts, die kan hem er vast gemakkelijk uithalen.
Om een lang verhaal kort te maken, ik eindigde in een ziekenhuis en werd in een steriele omgeving door 3 man ontdaan van de splinter. Verbandje erom en daag!
De volgende dag ontdekte ik dat de splinter eruit was, maar de rijstkorrel van weefsel hadden ze laten zitten! Het hele gedoe had dus niks opgeleverd, want ik had in feite geen last van de splinter maar van de korrel. En die zat er nog. Het wende, want nogmaals voor zoiets dit nare circus te moeten ondergaan met mijn angst voor dokters, naalden en mesjes, laat maar. Eerst hoopte ik nog dat het ding weer zou verdwijnen, als overbodig iets wat daar onderhuids maar een beetje aan het rondhangen was. Maar nee, het bleef onveranderd zichtbaar en tastbaar. Het is.
Toch zat er iets raars aan vast. Want mijn opa had op dezelfde duim, op dezelfde plek een verdikking. Volgens zijn verhaal had hij per ongeluk zijn pistool laten afgaan bij het schoonmaken, gat in de duim, domme soldaat. En een levenslang verdikt middenduimgewricht. Opa, aan wie ik zulke ingewikkelde herinneringen had vanwege de seksuele handelingen die hij bij mij verrichte in mijn lagere schooljaren, handelingen die ik toen fijn vond. Maar ook heel ongemakkelijk, zonder dat ik dat toen goed kon duiden in mezelf. De impact die ik een leven lang meedraag. En geheim in de eigen stilte die ik behalve naar vaste partners nooit had uitgesproken. Mijn onopgeloste puzzel. Want ik stond het toe, ik vond het bovenal prettig, dat gepluk en getrek aan mijn piemeltje. En die keer dat hij zijn piemel te voorschijn haalde en ik vol gruwel naar dat grote rimpelige ding keek borg hij hem meteen weer op om het nooit weer te doen. Net zoals hij ermee stopte toen ik dat op een jaar of 11 tegen hem zei dat ik het niet meer wilde.
Hij was de koestering die ik zo noodde in de wereld van agressie, afwijzing, buitensluiting, bespotting en voortdurend gevoel van onveiligheid en tekort schieten. De aandacht, zijn trots op zijn oudste kleinzoon, mijn 2de naam is de vernoeming naar hem en zijn gouden horloge was voor mij na zijn overlijden.

2 jaar geleden kwamen vele dingen samen en bundelden zich ineens. Ik werd gevraagd mijn levensverhaaal te vertellen, op basis van dat verhaal zou een bekende componist een muziekstuk schrijven. Een requiem voor de levenden, over~leven. Ik werd geïnterviewd en voor het eerst vertelde ik zo maar open en vrij het hele verhaal, en voor het eerst sprak ik over seksueel misbruik, want onderhand was me zeer duidelijk geworden hoe groot en allesbepalend het effect van dit deel van mijn ervaringen is geweest. Het interview kwam zelfs in een landelijke krant te staan en ik kreeg zelfs de mogelijkheid te exposeren bij het grote optreden in Tivoli.
Eindelijk, bevrijding! De kroon op de worstelende jaren, het achterlaten van mijn gezin, jaren van chaos waar ik precies de goede vrouwen tegenkwam om alles wat er opgehoopt zat aan pijn, onmacht, wanhoop, mogen zijn, oprechtheid in liefde en de zwarte trekkracht van voldoening in het diepe gat wat er in me was ontstaan los te breken. Oef.
Zelfs de puzzel van mijn jeugdscheldnaam ‘blootloper’ werd opgelost. Het was opa geweest die met openbaar rondvragen over mijn verloren onderbroek die ik (tweede hands, dus door iemand anders gebruikt) had gekregen van in een kledingpakket van een tante in Amerika. Of iemand die gevonden had, want nu moest ik zonder onderbroek. Ik wist het weer, diep weggestopt, schaamte en jarenlang een prachtige naam voor me van de Fries jongens die geen Amsterdams jochie in hun dorp dulden. Die werden gehaat.
En nu rust. Klaar, eindelijk was mijn verhaal zo ver om losgelaten te worden, ik mocht en kon het laten gaan. Eindelijk kon ik verder, míjn leven leiden. Nah, dat ging nog helemaal niet, sindsdien kan ik bijna geen prikkel meer aan. Als perfect alles op zijn plaats, want op hetzelfde moment van het requium kreeg ik deze prachtige woning toegewezen, ruim zicht, stilte en de vrijheid. Begrip van de SD, wel uitkering, enige verplichting op dit moment is zorgen voor mezelf.
Alles wordt stil. Wat wonderlijk, wat fijn, wat nodig!
Een week of 3 terug bemerkte ik ineens dat de rijstkorrel een stuk kleiner was geworden.
Vanmorgen was hij geheel verdwenen.
Mijn duim is los van opa. Ik hoef er niet meer aan te zuigen om te zoeken naar een oplossing.
Het litteken is verdwenen. De koestering hoeft niet meer van buiten te komen.
Al heb ik nu ook geen enkel idee meer wat ik nu dan moet doen met mijn leven, alle bulten en gaten zijn ver effend, er is zelfs geen litteken meer om aan te friemelen, geen drang meer om bevrediging op te zoeken. Koestering is niet langer toewerken naar een nooit te bereiken hoogtepunt. Het is een staat van zijn, een warmte die vrij komt, als je het laat zijn. En ‘het’ geen definitie meer verlangt, geen rijstkorrel met ver wijzende tekst.
Want de grootste bevrediging zat in het leven zelf. Een beleven in uitersten, over alle grenzen heen, de diepste zelfopsluiting en de bevrijding door de bagger heen. En dan de blik overhouden, die voorbij de randen is geweest, dieper ging dan menigeen. Meegevoerd door stromen (soms stormen) van energie die elk begrip te boven gaan. Een gevonden weg die onzichtbaar is, als lopen op de wind, waar de aarde veel te beperkend is in bewegingsvrijheid. De weg die alles brengt waar je op de aarde naar moet zoeken.
Een weg zonder hobbel op de duim die het leven vertelt, je hoeft er alleen maar in te geloven. Want er is geen waarom meer, geen litteken die hoeft opgelost. Ik voel de intensheid van het kleinste en de grootsheid van alles samen. Ik vertrouw op het volgen van mijn eigen gevoel. Niet als waarheid, maar als richting. Niet als belofte maar als intentie.
Als een duim die al precies weet wat ik later pas kan bedenken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s